
|
De rasgebondenheid onzer
wetenschap Es gibt keine voraussetzungslose Wissenschaft! Met deze woorden heeft Houston Stewart Chamberlain in zijn natur und leben met een slag de wetenschap van zijn tijd. Hij schreef rond de eeuwwisseling van 1900 ; getrokken uit het universeel denken, waarin deze wetenschap reeds in zijn tijd steriel dreigde te raken. Voor ons die aan onze liberaal-humanistische Universiteiten juist bewust ge-infiltreerd zijn geworden met de alleenzaligmakende idee van een universalistische wetenschap, een wetenschap die zich bovendien het alleenrecht van objectief en causaal denken toe-eigende (alsof dit vrije, ongebonden objectief denken juist niet zijn voraussetzung heeft gehad. Namelijk het nog steeds onbewezen recht van het universeel denken zelf!); voor ons, die in het denken zijn opgevoed, is het moeilijk ons plots los te rukken uit dit idee en de woorden van H.S. Chamberlain: es gibt keine voraussetzunglose wissenschaft! zonder meer te onderschrijven. En toch voelen wij in deze apodictische utispraak een bevrijding.
Het moge paradoxaal schijnen. Maar het universalistisch denken heeft ons in zijn ongebondenheid juist gekneld in die eigenaardige, steriele, los van leven en natuur staande, causale, ik zou haast willen zeggen: rekenkundige logica waarin echter, - en dit is kenmerkend - juist de waarlijk groten onder de wetenschappelijke denkers steeds zijn ontsprongen en ontworsteld, juist dit is beslissend!
In momenten, waarin zij voor ons eeuwige wetenschappelijke waarden hebben geschapen. Wil men deze zienswijze niet zonder meer aanvaarden.
Dan leest men in Lothar Gottlieb Tiralas rasse, geist und seele het hoofdstuk Rasse und wissenschaft nadere bewijsgronden voor deze stelling, speciaal hetgeen hij schrijft over het wetenschappelijk denken van Nobelprijswinnaars.
Wetenschap is een functie van een cultuur en als zodanige mede een uiting van een bepaalde denk en streefwereld. Wie zal dit ontkennen!? Maar wie kan dan ook ontkennen, dat de wetenschap bij verschillende rassen op deze aarde, evenzeer als de culturen, bepaald en gekleurd wordt door het rasaard en het raswezen die aan deze rassen eigen zijn? Het magische-theologische denken en streven van de orientale en voor Aziatische rassen , dat geheel hun cultuur bepaald heeft en nog bepaald (denk aan de joods-Arabische Kaballa) is ons evenzeer wezensvreemd als de cultuur der Bedouinen. Het zou in dit bestek te ver voeren, deze aanduidingen verder uit te werken. Wij willen slechts concluderen tot onze bewuste voraussetzung, dat wetenschap evenzeer rasgebonden is als het gehele leven en streven van het ras zelf. Dat brengt voor ons onmiddelijk twee consequenties met zich mede:
1 - Dat onze wetenschap in wezen bepaald wordt door ons ras: d.w.z. Door ons Germaans Noordras en alleen in de gebondenheid aan dit, ons Noordraswezen, vruchtbaar en scheppend kan zijn, omdat steeds alleen datgene, wat uit diepsten eigen aard scheppend geboren wordt, wezelijk cultuur is en daardoor alleen bevruchtend kan werken in een gelijkgeaarde, gelijkdenkende en gelijkstrevende gemeenschap;
2 - Dat het enige niet alleen wezensvreemde, maar ook vijandige ras element, dat zich in onze cultuur en in onze wetenschap heeft ingedrongen , namelijk het joodse, nimmer in staat is, onze cultuur en onze wetenschap in wezen scheppend te verrijken, omdat deze rasaard volkomen vreemd, ja tegengesteld is aan ons denken, ons streven en ons aanvoelen. En hier moeten wij terugkomen op ons uitgangspunt: de fictie van de universele wetenschap.
H.S. Chamberlain ca. 1895
Deze immers is een product van het vrije, ongebonden, anorganische, liberaal-democratische denken en met bewuste oogmerken door het jodendom in onze denkwereld, die hiervoor rijp was gemaakt, ingevoerd en ge-exploiteerd, omdat alleen op deze wijze een gelijkberechtigde aanvaarding van de joden in ons wetenschappelijk denken tot stand kon worden gebracht.
De joodse volksgeest, die zijn westerse emanciepatie was begonnen, was zich in zijn joodse bloed scherp bewust van zijn voor ons onverteerbare aard en rasweze en wist dat zolang wij rasgebonden leefde, dacten en streefde er voor hem geen verdere emancipatie mogenlijk was.
Er was van ons in onze rasaard en onze volksaard, d.w.v. In onze beste tradities gebonden leven en denken.
Het demo-liberalisme had deze wezensbindingen reeds voldoende ondermijnd om op het gehavende geestelijke bouwerk, dat overgebleven was, thans in het niveau van het geestesleven, de idee van het universalistische wetenschap te kunnen superponeren: het absoluut objectieve, het absoluut logische, het absoluut vrije (d.w.z. Het ongebonden, ongeremde, anorganische), het echt wetenschappelijk denken werd aldus ingevoerd. De voraussetzunglose Wissenschaft begon zijn vrolijke glorietocht.
Hiermede was o.a. Door de joden zelf de eerste verstandelijke dam tegen een mogelijk wetenschappelijk antisemitisch opgeworpen.
Immers wie waagde het nog steeds toenemende gevaar van de joden in onze wetenschap te wijzen? Ras speelde immers geen rol meer in het nieuwe universalistisch denken. Wie nog zijn verbondenheid aan oude tradities van volk, vaderlandsliefde, ras, enz. naar voren durfde te brengen, gold als niet vrij gold als volkomen verouderd en zeker niet als echt wetenschappelijk.
Hij werd genegeerd, uitgelachen en tenslotte uitgeschakeld en wanneer dit niet hielp, tot na zijn dood vervolgd. Zoals wijlen professor Bolland, die in zijn historisch geworden acedemische les van 28 september 1921 in Leiden durfde te verklaren:
Als geheel ondernomen, is het van nature verkeerde internationale jodendom een geduchte macht gebleken tot ontwrichtende, ontbindende en ontredderde revolutionnering; te midden der anderen, in wier instellingen hij overal en altijd het vreemde ziet en bestrijd, is de jood wel verstandig vitter en afbreker, maar geen gemoedelijk en heil brengende opbouwer. Hij is geboren splijtzwam, spelbreker en vredesverstoorder, omwentelaar en anarchist.
Nu wij bij elkaar zijn en een nieuw wetenschappelijk centrum voorbereiden en daartoe een nieuwe tak van wetenschap; de ras en erfgezondheidsleer, in de Nederlandse wetenschap propageerden, dan willen wij niemand in het onzekere laten omtrent de aard van onze wetenschap.
Aan H.S. Chamberlains motto es gibt keine voraussetzungslose Wissenschaft voegen wij toe: Onze Voraussetzung is ons germaans denken, streven, willen, zoals de hernieuwde bewustwording van onze rasziel dit thans onontkoombaar eist. En daarmee is ook het objectieve en het ethische karakter van onze wetenschap en bepaald en wel: de grote gezondheid (Nietzsche) van ons volk, ons ras.
|