Het verraad van Röhm.

 http://www.nationaalsocialisme.com/rohmverraad.html

 

 

In het jaar 1934 had de NationaalSocialistische beweging definitief haar doel weten te bereiken en haar politiek zowel als haar volkse positie scheen volkomen verzekerd. Staatsvijandige elementen maakten zich nog slechts in de verspreiding van leugenachtige geruchten, grof bekritiseer en gekanker merkbaar. Tegen deze laatste opende de Rijkspropagandaleider Goebbels een aktie met een rede in het Berlijnse Sportpalast op 11 mei.
Doch naast onschuldige waarschuwingen, kwam in zijn rede nog iets veel ernstigers tot uitdrukking. Hij sprak van provocateurs, die trachtten volksgenoten tegen elkaar op te hitsen en deze misdadige handelingen onder de naam van een "tweede revolutie" trachtten te bemantelen. Dat hij met deze waarschuwing feiten aanroerde, die in het geheim reeds een gevaarlijke omvang hadden aangenomen, zou reeds na weinige dagen blijken.

 

Het ging om de SA, de stormafdelingen, die zich uit een geringe beschermingstroep der politieke vergaderingen had ontwikkeld tot een garde van de revolutie en in Hitlers strenge leerschool een voorbeeld van trouw en gehoorzaamheid waren geworden. Na 1925 was hun aantal in snel tempo aangegroeid en sinds eind 1933 vormde zij de samenvatting van alle nationale verenigingen. Uit de SA werden de latere "Schutz-Staffel" (SS) als persoonlijke lijfgarde van de Fuhrer gevormd.
 

 

 

De SA vormt de grote politieke school van het NationaalSocialisme, die na de uiterlijke overwinning de strijd om het innerlijk van de Duitse mens moet voortzetten. De SA moet volgens de woorden van de Fuhrer de borg zijn voor de zegevierende voltrekking van de revolutie en deze zal slechts dan zegevierend zijn voltrokken, indien door de leerschool der SA een nieuw Duits volk zal worden gevormd. Wanneer het leger de wapendrager der natie zal zijn, dan is de SA haar politieke wilsdrager. De vlag van de SA is de vlag van de politieke en geestelijke revolutie van het Duitse volk. Eens moet de tijd komen, dat onder de banier van de SA werkelijk geheel Duitsland marcheert. En aan het einde van de weg moet staan één Duits volk met één politieke wilsorganisatie. En Hitler verlangt van de SA-man trouw, blinde gehoorzaamheid, onvoorwaardelijke discipline, voorbeeldig gedrag in eenvoud en plichtsbetrachting.

 

Hij verlangt van de SA-Leider, dat hij aan moed en offervaardigheid van zijn ondergeschikte niet meer eist, dan hij zelf te allen tijde bereid is in te zetten. De SA-man moet geestelijk en lichamelijk tot de geschoolste NationaalSocialist worden opgevoed, want slechts in het principieel opgaan in de partij ligt de weergaloze sterkte van deze organisatie.

 

Zou deze eliteorganisatie van de beweging niet betrouwbaar blijken te zijn? Nee, de SA als geheel bleek boven alle verdenking te staan, al wierp ook de catastrofe gedurende enige dagen een schaduw over haar. De schuldigen waren de hoogste leiding van de SA en enige andere met hen in verbinding staande personen. De stafchef der SA, Röhm, die sinds het begin van de beweging met grote energie aan Hitlers zijde had gestreden en aan de opbouw van de SA een zeer aktief aandeel had genomen, bereidde een verraderlijk plan voor tot het ten val brengen van de NationaalSocialistische staat. Deze "Röhm-opstand" heeft begrijpelijkerwijze in de gehele wereld geweldig opzien gebaard en is in het buitenland veelal deels verkeerd begrepen, deels op tenditieuze wijze in zijn oorzaken en verloop verdraait en weergegeven. Hitler zelf heeft daarover in een grote rede voor de Rijksdag op 13 juli 1934 met zo een heldere en overtuigend eenvoudige oprechtheid verslag uitgebracht, dat men een besliste indruk over de voorgeschiedenis, ontstaan en onderdrukking van de opstand alleen uit Hitlers weergave kan krijgen. Met enige bekortingen moet zijn rede daarom hier worden weergeven.

 

"...De eerst slechts hier en daar opduikende praatjes over een nieuwe revolutie, over een nieuwe omwenteling, over een nieuwe opstand werden langzamerhand zo intensief, dat slechts een lichtzinnig staatsbestuur deze achterloos had kunnen voorbijzien. Men kon dat alles eenvoudig niet meer als dom gepraat afdoen, wat in honderden en ten slotte duizenden berichten mondeling en schriftelijk daarover binnenkwam. Drie maanden geleden nog was de partijleiding ervan overtuigd, dat het eenvoudig om het lichtzinnig gepraat van politieke reactionairen, marxistische anarchisten of mogelijke leeglopers zou gaan, waaraan iedere feitelijke grondslag ontbrak. Half maart heb ik opdracht gegeven, voorbereidingen te treffen voor een nieuwe propagandacampagne. Deze moest het Duitse volk immuun maken tegen eeniedere poging van nieuwe vergiftiging. Gelijktijdig daarmee gaf ik echter ook aan de afzonderlijke partijbureaus het bevel, de steeds weer opduikende geruchten over een nieuwe revolutie na te gaan en de bron van deze geruchten te ontdekken. Het bleek, dat in de rijen van enkele hogere SA-leiders tendensen merkbaar werden, die aanleiding moesten geven tot ernstige twijfel... Ik heb de Stafchef Röhm op deze en nog een reeks andere misstanden gewezen, zonder dat enige verbetering viel te constateren of zelfs ook maar merkbaar was dat men aandacht schonk aan mijn kritiek. In de maanden april en mei namen deze klachten onafgebroken toe. Voor de eerste maal ontving ik in deze tijd echter ook in akten vastgelegde mededelingen over besprekingen, die door enkele hogere SA-leiders waren gehouden en die niet anders dan met "grove onbehoorlijkheid" moesten worden betiteld. Voor de eerste maal werd in enige gevallen onloochenbaar bewezen, dat bij zulke besprekingen aanduidingen werden gegeven over de noodzakelijkheid van een nieuwe revolutie, dat de leiders de aansporing kregen, zich voor zulk een nieuwe revolutie innerlijk en zakelijk voor te bereiden. Stafchef Röhm trachtte al deze gebeurtenissen te bestrijden en verklaarde ze als verkapte aanvallen op de SA...

 

...Deze uiteenzettingen leidde tot zeer ernstige gesprekken tussen de stafchef en mij, waarbij voor de eerste maal in mij de twijfel aan de loyaliteit van deze man opkwam. Nadat ik vele maanden lang zulke gedachten had afgewezen, nadat ik tevoren jarenlang met mijn persoon deze man in onwankelbare trouwe kameraadschap had bedekt, begon bij mij nu langzamerhand door tal van waarschuwingen de twijfel te besluipen, die ik zelfs met de beste wil niet meer kon ontzenuwen. Wanneer ik in deze maanden steeds weer aarzelde een laatste beslissing te nemen, dan geschiedde dit om twee redenen:

 

1. Ik kon mij niet zo zonder meer met de gedachte verzoenen, dat een verhouding, waarvan ik geloofde dat deze op trouw was opgebouwd, niets dan leugen bevatte.

 

2. Ik had altijd nog de stille hoop, dat ik de beweging en mijn SA de schande van zulk een uiteenzetting zou kunnen besparen en de schade zonder al te veel strijd zou kunnen beperken.

 

Evenwel bracht het einde van de maand mei steeds bedenkelijkere feiten aan het licht. Stafchef Röhm begon zich niet slechts innerlijk, maar ook door zijn gehele uiterlijke leven van de partij te verwijderen. Alle grondslagen, waardoor wij groot waren geworden, verloren hun waarde. Het leven, dat de stafchef en met hem en bepaalde kring begon te leiden, was voor iedere NationaalSocialistische opvatting onverdraaglijk. Het was niet alleen verschrikkelijk, dat hijzelf en de hem toegedane kring met alle wetten van fatsoen en de eenvoudige levenshouding braken, maar erger nog, dat dit vergif zich thans in steeds grotere kringen begon uit te breiden. Het ergste echter was, dat zich langzamerhand uit een bepaalde gemeenschappelijke aanleg in de SA een sekte begon te vormen, die de kern van een samenzwering niet alleen tegen de morele opvattingen van een gezond volk, maar ook tegen de veiligheid van de staat werd...

 

...Zonder mij hiervan ooit in kennis te stellen en zonder dat ik het begin ook maar vermoedde, heeft Stafchef Röhm door tussenkomst van een door en door corrupte oplichter, een mijnheef von A., betrekkingen aangeknoopt met generaal Schleicher. Generaal Schleicher was de man, die de innerlijke wensen van de Stafchef Röhm de uiterlijke uitdrukking verleende. Hij was het, die concreet de opvatting bepaalde en voorstond, dat

 

1. het huidige Duitse regiem onhoudbaar was, dat

 

2. voor alles de weermacht en alle nationale verenigingen in één hand moesten worden samengevoegd, dat

 

3. de daarvoor geschikte man slechts Röhm kon zijn, dat

 

4. Von Papen moest worden verwijderd en hij zelf bereid zou zijn, de functie van vice-kanselier te vervullen. Dat verder ook nog andere essentiële wijzingen van het Rijkskabinet moesten worden aangebracht.

 

Zoals altijd in zulke gevallen begon thans het zoeken naar de mannen voor de nieuwe regering, altijd in de veronderstelling, dat ik zelf in mijn ambt, tenminste vooreerst, zou worden gehandhaafd.

 

De doorzetting van deze voorstellen van generaal von Schleicher moest al bij punt 2 op mijn nimmer te overwinnen tegenstand stuiten. Het zou mij noch zakelijk noch menselijk ooit mogelijk zijn geweest, mijn toestemming tot een wijziging in het Reichswerhministerium te geven en de open plaats door de stafchef Röhm te laten innemen...
 

 

...Daar de stafchef Röhm zelf niet zeker was, of pogingen in de aangeduide richting wel bij mij op tegenstand zouden stuiten, werd het eerste plan vastgelegd om deze ontwikkeling af te dwingen. Omvangrijke voorbereidingen werden hiertoe getroffen:

 

1. Volgens de plannen zouden de psychologische voorwaarden voor het uitbreken van een tweede revolutie worden geschapen. Tot dit doel werd door de SA-propagandabureaus zelf in de SA de bewering verspreid, dat de Reichswehr een ontbinding der SA beoogde en later werd deze mededeling aangevuld met de even treurige als laaghartige leugen, dat ook ik persoonlijk, helaas, voor dit plan gewonnen was.

 

2. De SA moest thans deze aanval voorkomen en in een tweede revolutie de elementen der reactie enerzijds en de partijtegenstanden anderzijds uit de weg ruimen, het staatsgezag echter aan de leiding van de SA zelf toevertrouwen.

 

3. Voor dit doel moest de SA in de kost mogelijke tijd alle nodige zakelijke voorbereidingen treffen. Het is de stafchef Röhm gelukt, onder allerlei camouflage - o.a. het leugenachtige voorwendsel, sociale hulpmaatregelen voor de SA te willen doorvoeren - miljoenenbedragen voor dit doel te verzamelen.

 

4. Om de beslissende slagen onverbiddelijk te kunnen leveren, werden bepaalde slechts voor dit doel in aanmerking komende, onder eed staande terreurgroepen onder de titel "stafwachten" gevormd...
 

 

...In bepaalde leidersvergaderingen zowel als op ontspanningsreizen werden langzamerhand de in aanmerking komende SA-leiders samengetrokken en individueel bewerkt. Dat wil zeggen, terwijl de leden van de eigenlijke kern de aktie volgens de plannen voorbereidden, werden aan de op één na de grootste kring van de SA-leiders slechts algemene mededelingen gedaan, die inhielden, dat een tweede revolutie voor de deur stond, dat deze revolutie geen ander doel had mij de vrijheid van handelen terug te geven en dat derhalve de nieuwe en ditmaal bloedige opstand - "de nacht der lange messen", zoals men hem huiveringwekkend betitelde, - geheel in mijn eigen geest lag. De noodzakelijkheid van het eigenmachtig optreden van de SA werd gemotiveerd door te wijzen op mijn besluiteloosheid, die eerst dan zou worden opgeheven, als er daden waren verricht...

 

...Begin juni liet ik als laatste poging stafchef Röhm nog eenmaal komen voor een onderhoud, dat bijna 5 uur, tot middernacht toe, duurde. Ik deelde hem mee, dat ik talloze geruchten uit talrijke verzekeringen en verklaringen van oude, trouwe partijgenoten en SA-leiders de indruk had gekregen, dat door gewetenloze elementen een Nationaal-Bolsjewistische aktie werd voorbereid, die over Duitsland slechts nameloos ongeluk zou kunnen brengen. Verder verklaarde ik hem, dat mij ook geruchten ter ore waren gekomen, het leger in deze plannen te betrekken. Ik verzekerde stafchef Röhm, dat de bewering, dat de SA zou worden ontbonden een laaghartige leugen was, dat ik voor de leugen geen woorden kon vinden, dat ik iedere poging om in Duitsland een chaos te laten ontstaan, ogenblikkelijk persoonlijk zou tegengaan en dat iedereen die de staat zou aanvallen, mij al bij voorbaat tot zijn vijand had. Ik bezwoer hem, voor de laatste maal, deze waanzin tegen te gaan en zijn autoriteit mede aan te wenden om een ontwikkeling te verhinderen die hoe dan ook slechts in een catastrofe kon eindigen. Ik tekende opnieuw scherp protest aan tegen de zich opstapelende onmogelijke uitwassen en eiste direct de totale uitroeiing van deze elementen uit de SA, om niet de SA zelf, miljoenen fatsoenlijke partijgenoten en honderdduizenden oud strijders door enkele minderwaardige individuen van hun eer te beroven. Stafchef Röhm verliet deze bespreking met de verzekering dat deze geruchten deels onwaar, deels overdreven waren, hij alles zou doen om deze onverkwikkelijke zaak in het reine te brengen.

 

Het resultaat van het onderhoud was echter, dat stafchef Röhm, nu hij had ingezien dat hij voor zijn plannen onder geen enkele omstandigheid op mij kon rekenen, thans voorbereidingen ging treffen om mijzelf uit de weg te ruimen.

 

Tot dit doel werd de grotere kring van de hierbij betrokken SA-leiders meegedeeld dat ikzelf met het in voorbereiding zijnde plan wel akkoord ging maar persoonlijk daarvan niets mocht weten, respectabel de wens had, de eerste 24 of 48 uur na het uitbreken van de opstand in arrest te worden genomen om zo door de voldingen feiten van de onaangenaamheden te worden ontheven, die zich in het ander geval voor mij moesten voordoen wat betreft de buitenlandse politiek. Deze verklaring komt wel in een bijzonder daglicht te staan door het feit, dat intussen bij wijze van voorzorg al de man was ingehuurd die mij later uit de weg moest ruimen. Nog enige uren voor zijn dood bekende Standartenfuhrer Uhl zijn bereidheid tot het uitvoeren van een dergelijk bevel...

 

...De directe aktie zou in Berlijn plotseling inzetten met een overval op regeringsgebouwen, men een arrestatie van mijn persoon, om dan de verdere akties, als in mijn opdracht plaats hebbende te kunnen laten vervolgen. Zowel stafchef Röhm als ook de Gruppenfuhrer Ernst, de Obergruppenfuhrer Heines en Hayn en een reeks anderen hebben voor getuigen verklaard, dat eerst een bloedige afrekening gedurende meerdere dagen met hun tegenstanders zou worden gehouden. De vraag, hoe dit alles zich maatschappelijk verder zou ontwikkelen werd met aan waanzin grenzende lichtzinnigheid terzijde geschoven, met de opmerking, dat door de bloedige terreur de noodzakelijke middelen, hoe dan ook zouden worden gevonden...

 

...De grootte van het gevaar bleek echter eerst goed door de berichten die nu uit het buitenland naar Duitsland kwamen. Engelse en Franse kranten begonnen steeds meer van een voor de deur staande omwenteling in Duitsland te spreken en uit steeds meer mededelingen viel te constateren dat de samenzweerders na een goede voorbereiding het buitenland aan het bewerken waren in de zin dat in Duitsland de revolutie van de "eigenlijke NationaalSocialisten" (de Nationale Socialisten) voor de deur zou staan en het bestaande regiem niet meer tot handelen in staat was...

 

...Eind juni had ik dientengevolge besloten aan deze onmogelijke ontwikkeling een einde te maken, en nog wel voordat het bloed van duizenden onschuldige de catastrofe zou bezegelen. Daar het gevaar en de op allen gedrukte spanning langzamerhand ondragelijk waren geworden en zekere partijbureaus en staatsinstellingen verplicht waren afweermaatregelen te treffen, scheen mij een ongewone plotselinge verlenging van de dienst voor het SA-verlof bedenkelijk en ik besloot daarom, zaterdag de 30e juni, de stafchef uit zijn ambt te ontzetten, voorlopig in verzekerde bewaring te stellen en een aantal SA-leiders, wier vergrijp onloochenbaar was, te arresteren. Daar het met het oog op de dreigende toespitsing twijfelachtig was of stafchef Röhm nog naar Berlijn, of waar dan ook, zou zijn gekomen, besloot ik persoonlijk naar een in Wiessee vastgestelde bespreking van SA-leiders te gaan. Bouwend op de autoriteit van mijn persoon en op mijn vastberadenheid, die op beslissende momenten altijd aanwezig was geweest, wilde ik daar om 12 uur in de middag de stafchef uit zijn functie ontheffen, de hoofdschuldige SA-leiders arresteren en in een dringende oproep de overigen tot hun plicht terugroepen.

 

In de loop van 29 juni ontving ik echter zulke dreigende berichten over de laatste voorbereidingen, dat ik 's middags de bezichtiging van de arbeidskampen in Westfalen moest afbreken, om op alle gebeurlijkheden voorbereid te zijn. Om 1 uur 's nachts ontving ik uit Berlijn en München twee zeer dringende alarmberichten. Ten eerste, dat voor Berlijn om 4 uur 's middags alarm was voorgeschreven, dat voor het transport van de eigenlijke aanvalsformaties het rekwireren van vrachtauto's bevolen en reeds aan de gang was en dat klokslag 5 uur de aktie met de overval en de bezetting van de regeringsgebouwen zou beginnen. Gruppenfuhrer Ernst was daarom ook niet meer naar Wiessee gereisd, maar om persoonlijk leiding te geven in Berlijn gebleven. Ten tweede werd in München de alarmering der SA al tegen 9 uur 's avonds bevolen. De SA-formaties werden niet meer naar huis gestuurd maar in de alarmkwartieren ondergebracht. Dat was muiterij! De bevelhebber van de SA ben ik en niemand anders!

 

Onder deze omstandigheden kon er voor mij slechts één besluit zijn. Wanneer het onheil nog te verhinderen was, dan moest er bliksemsnel worden gehandeld. Alleen een onverbiddelijk en bloedig ingrijpen was misschien nog in staat de opstand in de kiem te smoren. Er viel niet aan te twijfelen dat er beter honderd muiters en samenzweerders konden worden vernietigd, dan duizenden onschuldige aan de andere kant op te offeren. Want wanneer de aktie van de misdadiger Ernst in Berlijn eerst aan het rollen kwam, dan waren de gevolgen immers niet te overzien!

 

Welk een invloed het opereren met mijn naam had, bleek uit het feit dat het deze muiters was gelukt door zich in Berlijn op mij te beroepen, van nietsvermoedende politiemannen vier panzerwagens los te krijgen. Het was mij duidelijk dat slechts één enkele man tegen stafchef Röhm kon optreden en ook moest optreden. Tegenover mij brak hij zijn woord van trouw en alleen ik moest hem daarvoor ter verantwoording roepen!

 

Om 1 uur 's nachts ontving ik de laatste alarmtelegrammen, om 2 uur 's morgens vloog ik naar München. Minister-president Göring had intussen reeds tevoren van mij de opdracht ontvangen, in geval van een zuiveringsaktie, zijnerzijds onmiddellijk overeenkomstige maatregelen in Berlijn en Pruisen te treffen. Hij heeft met ijzeren vuist de aanval op de NationaalSocialistische staat neergeslagen voordat hij tot ontwikkeling kwam. De noodzakelijkheid van dit bliksemsnelle handelen bracht met zich mee dat mij in dit beslissende uur slechts heel weinig mensen ter beschikking stonden. In het bijzijn van Minister Goebbels en de nieuwe stafchef werd dan de U bekende aktie uitgevoerd en in München afgesloten.
 

Weinige dagen tevoren was ik nog tot toegevendheid bereid, maar in dit uur kon aan zulk een consideratie niet meer worden gedacht. Muiterij straft men volgens eeuwig geldende ijzeren wetten. Wanneer iemand mij het verwijt doet dat wij de beoordeling niet over hebben gelaten aan de officiële gerechtshoven, dan kan ik hem slechts zeggen: in dit uur was ik verantwoordelijk voor het lot der Duitse natie en daarmee de opperste rechter van het Duitse volk. Muitende divisies heeft men te alle tijden door decimeren weer tot orde geroepen. Slechts één staat heeft van zijn krijgsartikelen geen gebruik gemaakt en deze staat is dan ook ineengestort: Duitsland. Ik wilde het jonge Rijk niet aan het lot van de oude overleveren. Ik heb het bevel gegeven, de hoofdschuldigen aan dit verraad dood te schieten en ik gaf verder het bevel de zweren van de binnenlandse laster en de vergiftiging van het buitenland uit te branden tot het been. En ik gaf verder het bevel iedere poging tot verzet tijdens de arrestatie van de muiters met de wapens te onderdrukken. De natie moet de zekerheid hebben dat haar bestaan, en dit wordt gegarandeerd door haar innerlijke orde en veiligheid, door niemand ongestraft kan worden bedreigd! En eenieder moet voor eens en voor altijd weten dat wanneer hij de hand tegen de staat opheft, een zekere dood zijn lot is. En iedere NationaalSocialist moet beseffen, dat geen rang of positie hem aan zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, en daarmee aan zijn staf, onttrekt. Ik heb duizenden van onze vroegere tegenstanders wegens hun corruptheid vervolgd. Ik zou mijzelf ernstige verwijten doen, wanneer ik dezelfde verschijnselen bij ons zou dulden. Wanneer men van mening is dat alleen een gerechtelijk proces nauwkeurig schuld en boeten tegen elkaar had kunnen afwegen, dan teken ik tegen deze opvatting plechtig protest aan. Wie tegen Duitsland opstaat, begaat landverraad.

 

Wie landverraad pleegt, moet niet gestraft worden volgens de omvang en de grootte van zijn daad, maar volgens zijn aan het licht gekomen gezindheid. Wie het waagt door een inbreuk op trouw, geloof en heilige beloften een muiterij in het land op touw te zetten, kan niets anders verwachten dan dat hij zelf het eerste slachtoffer zal zijn. Ik heb niet de bedoeling de kleine schuldigen te laten doodschieten en de grote te sparen. Ik heb niet te onderzoeken, of en wie van deze samenzweerders, ophitsers, verwoesters, lasteraars en in uitgebreider zin volgens de mening van de wereld een te hard lot werd toebedeeld, maar ik heb er slechts voor te waken dat het lot van Duitsland te dragen is. Een buitenlands journalist dat bij ons gastrecht geniet, protesteert uit naam der vrouwen en kinderen van de gefusilleerde en verwacht uit hun rijen vergelding. Ik kan deze man van eer slechts dit ene antwoord geven: vrouwen en kinderen zijn steeds de onschuldige slachtoffers van misdadige handelingen der mannen geweest. Ook ik voel mee met hen, alleen geloof ik dat het leed dat hun is aangedaan, door de schuld van deze mannen, nog maar klein is tegenover het leed dat wellicht tienduizenden Duitse vrouwen zou hebben getroffen wanneer deze daad zou zijn gelukt. Een buitenlands diplomaat verklaart dat de bijeenkomst van Schleicher en Röhm vanzelfsprekend van geheel onschuldige aard zou zijn geweest. Ik heb daarover met niemand te discussiëren. De opvatting over wat onschuldig is en wat niet, zullen elkaar op politiek gebied nimmer dekken. Wanneer echter drie hoogverraders in Duitsland met een buitenlandse staatsman een afspraak maken voor een samenkomst, die ook beleggen en "officieel" noemen; als zij daarbij dan nog het personeel niet toelaten en dit alles ten slotte door een zeer streng bevel voor mij geheim houden dan laat ik zulke mannen doodschieten, ook wanneer het juist zou zijn dat op een voor mij zo geheim gehouden bespreking slechts over het weer, oude munten en dergelijke zou zijn besproken.

 

De boete voor deze vergrijpen was zwaar en hard. Negentien hogere SA-leiders, eenendertig SA-leiders en SA-leden werden doodgeschoten, eveneens drie SS-leiders als medeplichtigen aan het complot. Dertien SA-leiders en burgers die bij de arrestatie tegenstand probeerde te bieden moesten daarbij het leven laten. Drie anderen maakten het einde aan hun leven door zelfmoord. Vijf niet SA-leden, maar wel partijgenoten, werden wegens medeplichtigheid gefusilleerd. Ten slotte werden nog gefusilleerd drie SS-leden, die zich schuldig hadden gemaakt aan schandelijke mishandeling van gevangenen. Om te verhinderen dat men gedreven door politieke hartstocht en verontwaardiging verdere beschuldigden zou willen lynchen, werd nadat het gevaar was bedwongen en de opstand als onderdrukt kon worden beschouwd, nog op op zondag 1 juli ten strengste bevolen iedere verdere vergeldingmaatregel na te laten. Daarmee is sinds zondag 1 juli in de nacht de normale toestand weer hersteld. Een aantal gewelddaden die niet met deze aktie in verband staan worden aan de normale rechtbanken ter beoordeling gegeven...

 

...Mogen zij thans duidelijker dan vroeger de grote taak beseffen die het lot ons oplegt en die niet wordt vervuld door burgeroorlog en chaos. Mogen zij zich allen verantwoordelijk voelen voor het kostbaarste goed dat er maar voor het Duitse volk kan bestaan: de binnenlandse orde en buitenlandse vrede! Zoals ik bereid ben voor de geschiedenis de verantwoording te dragen voor de 24 uur waarin ik de bitterste besluiten van mijn leven heb moeten nemen, waarin het leven mij weer heeft geleerd in de bangste bezorgdheid iedere gedachte te geven aan het dierbaarste dat ons op deze wereld is geschonken: het Duitse volk en het Duitse rijk!"
 

De rede maakte op alle aanwezigen een diepe indruk. Philippe Barre, correspondent van de "Matin" schrijft in zijn blad: "Wie deze woorden niet heeft gehoord, niet de zaal heeft gezien, waarin afgevaardigden, publiek, de mensen van de Ordedienst, de journalisten zich als één man van hun zetels verhieven en de Fuhrer toejubelden, die heeft niets gezien van Duitsland."

 

De Generaalveldmaarschalk sprak in een telegram aan de Rijkskanselier zijn waardering uit over diens vastbesloten ingrijpen en het dappere inzetten van zijn persoon en bracht hem zijn diepgevoelde dank over. Het Rijkskabinet vaardigde een "Wet betreffende de maatregelen der staatsnoodweer" uit, die de gegrondheid van Hitlers optreden erkende, en Hitler zelf verklaarde in een beschikking van 3 juli dat de aktie als afgesloten beschouwd diende te worden en dat de berechting van de hiermee in verband staande gewelddaden aan de gewone justitie moest worden overgelaten.
 

Bron: Het rijk van den Fuhrer, Johannes Öhquist (uitgeverij Westland)

 

 

SS-lied "waar allen trouwloos falen".

 

Waar allen trouwloos falen,
Daar blijven wij getrouw;
Dat steeds op eigen aarde
Uw vaandel wapperen zou;
Gezichten fier en jeugdig,
Gij beelden uit de tijd;
Hebt onze mannenharten
Tot liefdedood gewijd.
 

Wil nimmer van ons wijken,
Wil altijd bij ons zijn;
Trouw als oude eiken
Als maan en zonneschijn;
Eens daagt voor elke broeder,
Het licht in zijn gemoed;
Wij keren tot de moeder
Die liefd’ en trouwe hoedt.
 

Gij sterren zijt getuigen,
Die stil ons gadeslaan;
Als alle broeders zwijgen
Naar valse goden gaan;
Wij willen ‘t woord niet breken
Niet wijken in ‘t gevecht;
Wij prediken en spreken
Van strijd om erf en echt!

 

Terug