
|
Joachim Peiper. http://www.nationaalsocialisme.com/peiper.html
Joachim Peiper kwam in 1935 in dienst bij de Waffen-SS en deed voor het eerst van zich spreken in 1940 als hij dient onder Dietrich en nabij Duinkerken zich onderscheid tegen de Britten. Hij ontving het IJzeren Kruis 1ste klas. In Rusland was hij een periode commandant van het 3de SS-Panzer Grenadier Regiment 2. Voor het ontzetten van het 320st Infanterie Division ontving hij het Ridderkruis. Maar het meest bekend werd hij tijdens het Ardennen Offensief.
Peiper had op een kaart twee Amerikaanse brandstof depots aangegeven gekregen die hij moest gebruiken om zichzelf mobiel te houden. Deze waren nabij Spa en Büllingen. De opslagplaats bij Stavelot was niet bij hem bekend.
Ook was er een onderdeel van de speciale eenheid van Kolonel Otto Skorzeny commando's toegevoegd. Deze eenheid, de Panzerbrigade 150, die uitgerust was met buitgemaakte Sherman tanks en Panther tanks die waren aangepast om voor een Amerikaanse tank door te gaan. De als Amerikanen verklede manschappen werden verplaatst in dertig trucks en enkele jeeps.
De aanvangplaats voor de aanval was Losheim, de grens van Duitsland met Belgie«. De spoorbrug was tijdens het terug trekken van de Duitsers opgeblazen en deze was nog niet hersteld. De colonne liep vast. Peiper orderde alle voertuigen aan de kant zodat hij naar voren kon en leidde de eenheid persoonlijk over een gedeelte dat lager was, en via de rails wist hij de colonne weer op de juiste weg te krijgen naar Losheim. Kostbare tijd was verloren en Peiper spoedde zich in het donker naar Lanzerath waar hij 's avonds om 11 uur aankwam. Op 17 december, om 5 uur werd Buchholz bereikt. Hier liep alles weer vast vanwege de terugtrekkende Amerikanen. Peiper wachtte tot er een gat in de colonne van Amerikanen viel en daar liet hij zijn eenheid in plaats nemen. In het donker werden de Duitse tanks door wit gehandschoende paratroopers begeleid. In Honsfeld, waar de rustplaats voor het 394th Regiment van het 99th US Infantry Division was, kwamen de meerijdende Fallschirmjager van de Panther tanks af en begonnen Amerikaanse soldaten gevangen te nemen. Zestig voertuigen en vijftien anti-tank kanonnen werden buit gemaakt.
De colonne verplaatste zich naar Bullingen om te gaan bijtanken. Hier lag het 612th Tank Destroyer Battalion ingegraven. Deze wisten enkele PzKpfw IVs uit te schakelen voor ze onder de voet werden gelopen. Ook veroverde Peiper hier een klein vliegveld, nabij Morschheck. Het vliegveld was in gebruik door een observatie eenheid. Twaalf vliegtuigen werden vernietigd. In het brandstof depot van Büllingen werd 250.000 liter buitgemaakt. Vijftig krijgsgevangen GIs werden gedwongen de Duitse tanks af te tanken. De Kampfgruppe was nu opgesplitst in verschillende eenheden die ook secundaire wegen namen naar het westen. Peiper snelde met grote spoed door Ambleve en Born.
Half vijf in de middag van de 17de arriveerde Peiper in Ligneuville waar hij ondekte dat het omcirkelen van de Amerikanen mislukt was, deze waren ontsnapt. Om vijf uur vertrokken de eerste tanks richting Stavelot.
Colonel Pergrins genisten van Company C hadden wegversperringen ingericht nabij Stavelot en Trois Ponts. Het doel van Peiper was de rivier de Maas. Om deze te bereiken met zijn zware tanks moest hij de stevigste bruggen over de rivier de Ambleve in handen zien te krijgen. Enkele honderden meters voor de eerste brug bij Stavelot werd een wegversperring ingericht door sergeant Hensel van het 291st squad. In de bocht werden 13 mijnen geplaatst en dertig meter lager was een bazooka schutter geïnstalleerd die dekking kreeg van een .30 machinegeweer. Toen om 19.30 uur Peipers tanks de weg afkwamen werden ze toegeroepen in het donker door een GI. Als antwoord openden de Duitsers het vuur. De bazooka schoot een raket af, maar in het donker was niet waar te nemen wat er verder gebeurde. De tanks begonnen terug te rijden de heuvel weer op. Eén tank bleef achter. De mannen van de wegversperring trokken zich terug naar de brug bij Stavelot.
Bij de brug aangekomen bleken er een man of 40 springladingen aan te brengen om de brug op te blazen. Omdat Peiper waarschijnlijk niet wist wat er in het donker voor hem gebeurde, hield hij halt voor de nacht. Gedurende de nacht arriveerde Major Paul Solis met enkele 57mm kanonnen van de 526th Armored Infantry. Deze namen positie in op de belangrijkste kruispunten van Stavelot en vlak achter de brug die sergeant Hensel de avond ervoor verdedigd had. Bij het eerste licht van de 18de december om 08.00 uur rolden de eerste tanks de heuvel af en reed de eerste tank voorzichtig over de brug. Tot grote verbazing van Major Solis explodeerde de brug niet. Achteraf zou blijken dat de mannen die er de avond ervoor aan de brug werkten geen springladingen aanbrachten maar juist saboteerden, het waren commando's in Amerikaanse uniformen van Skorzenys brigade (later zou de brug alsnog opgeblazen worden).
De tanks van Peiper werden onder vuur genomen, maar de manschappen van het 526th Armoured Infantry moesten terugtrekken richting Malmedy. Holis nam een nieuwe positie in nabij de spoorweg overgang in Stavelot aan de weg die naar Francorchamps, de hedendaagse N 622. Aan deze weg was een brandstof depot gevestigd van de Amerikanen en bewaakt door een onderdeel van het Belgische leger. Holis was van de overtuiging dat Peiper hier naar toe onderweg was. Hij gaf de order het depot in brand te steken. Maar Peiper, die waarschijnlijk de enorme rookontwikkeling zal hebben gezien, wist niets af van dit depot en draaide links Stavelot uit, richting Trois-Ponts, over de N 68. Later op de dag arriveerde Lt-Colonel Frankland, commandant van het 117th Infantry Regiment, 30th Infantry Division in Stavelot en gaf de order te stoppen met verbranden van de brandstof die inmiddels bijna allemaal vergaan was. Peiper had ondertussen zijn colonne weer gesplitst, een onderdeel nam een zuidelijker route om Trois-Ponts via de zuidkant binnen te rijden en de brug over de rivier de Ambleve te nemen. De smalle weg hinderde het verplaatsen van de tanks dusdanig dat Peiper over de hoofdweg eerder Trois-Ponts bereikte. Vlak voor het dubbele spoorweg viaduct stond een gebouw waar een 57mm anti-tank kanon positie koos. Ondertussen werd er hard gewerkt om alle bruggen in Trois-Ponts gereed te maken voor detonatie. Toen Peiper om 10.45 uur zijn colonne de bocht door draaide naar het viaduct werd de voorste Panther tank uitgeschakeld door het 57mm kanon. De kapotte tank werd aan de kant geschoven en een ander Panther opende het vuur op het 57mm kanon, waarbij de vierkoppige bemanning gedood werd.
Om 11.15 uur werd de brug over de Amblève opgeblazen. De route naar Basse-Bodeux was nu verhinderd. Er restte Peiper nog maar een route, noordwaarts naar La Gleize, over de N 633 (toen de N 33). Om 01.00 uur werd ook de brug over de rivier de Salm opgeblazen in Trois-Ponts toen de eerste Duitsers erover zouden gaan. Peiper gaf opdracht aan de zuidelijke eenheid terug te keren naar de hoofdweg vanaf Stavelot, en hem te volgen over La Gleize. De ongeveer 25 kilometer lange colonne werd nu ook vanuit de lucht beschoten door P-47 Thunderbolts, P-51Mustangs en Typhoons.
In La Gleize werd de route genomen naar Cheneux. Door de aanhoudende luchtaanvallen werd dekking gezocht in de omliggende bossen. Dankzij inkomende mist wist hij zijn colonne weer om 4 uur in de middag in beweging te zetten. Enkele kilometer voor Werbomont, op de tegenwoordige N 66, werd bij de nadering van Peipers Königstigers de brug over de rivier de Lienne bij Habiemont opgeblazen door Corporal Chapin in opdracht van Lieutenant Edelstein. Het doorstoten naar de Maas was nu helemaal verhinderd. Het was het einde van de lange weg die Peiper had afgelegd.
Een bezoek aan La Gleize is zeer de moeite waard. Hier is het December Historical Museum 1944 gevestigd met een authentieke Konigstiger voor de deur. Voor de kameraden die deel hebben genomen aan de survival is dit geen nieuws meer!
Jochen Joachim Peiper werd op 30 januari 1915 als zoon van een officiersfamilie in berlijn geboren. Hij behoorde tot de leibstandarte Adolf Hitler. In 1938 werd hij benoemd tot adjudant van de Reichsfuhrer SS Heinrich Himmler. Ondanks het feit dat hij werd afgesneden van de rest van het leger en word omsingeld kon hij zich met zijn manschappen te voet, in ijzige kou en onder achterlating van het oorlogsmaterieel, redden. Steeds onder het bevel van Sepp Dietrich vocht hij tot het einde tegen de russen, ten westen van de Donau bij Wenen. Zo ook in de Alpen bij Sankt Pollen en Krems, waar hij zich tenslotte met zijn manschappen moet overgeven aan de Amerikanen. Hij bracht het to SS-Obersturmbahnfuhrer en Ridderkruisdrager met zwaarden.
Door een vrijwilliger voor de NSN. |